1 op 3 werknemers in de provincie Antwerpen rijdt regelmatig met de fiets naar het werk. Het autogebruik daalt lichtjes ten voordele van de fiets en het openbaar vervoer. Maar dit heeft nog geen invloed op de populariteit van de bedrijfswagens. Daarvan zijn er in Antwerpen nog bijgekomen, net als in de rest van het land. Deze gegevens komen voort uit de derde mobiliteitsbarometer van hr-dienstenverlener ACERTA.

35,2 % van de werknemers uit de provincie Antwerpen neemt dus de fiets om naar het werk te rijden. Die opmars van de fiets begon al in 2011. Ook toen al was Antwerpen koploper en dat is zo gebleven. Het is logisch dat er in de vlakkere Vlaamse provincies meer gefietst wordt dan elders, maar Antwerpen reed altijd al opvallend op kop. Dat Antwerpen plat is en dat de gemiddelde afstand woonst-werk in Antwerpen met 16,32 km de op een na kortste is van alle Belgische provincies, speelt natuurlijk ook in het voordeel van de fiets.

Toch blijft de auto met 76,66 % veruit op kop liggen. We gebruiken hem exclusief (66,54 %) of in combinatie met andere vervoermiddelen (10,12 %). Ook het gebruik van het openbaar vervoer in Antwerpen gaat vooruit: + 8,5 % in 2017.

Bedrijfswagens nog altijd in de lift

 

De bedrijfswagen blijf bijzonder populair. Steeds meer werknemers krijgen er een ter beschikking. In 2017 reed 19,2 % van de bedienden met een wagen van het werk, een stijging van 10,9 % tegenover 2016. Antwerpen sluit daarbij aan bij de nationale cijfers. 

Wellicht speelt de moeilijke verkeerssituatie in de Antwerpse binnenstad een rol in de stijgende populariteit van alternatieve vormen van vervoer. ‘Werknemers vragen meer en meer aan hun werkgever om bedrijfsfietsen beschikbaar te stellen, al dan niet elektrische” zegt Sarah Peeters, directeur bij Acerta. “De langer wordende autofiles hebben blijkbaar een pijnpunt bereikt. Met een Benefit Motivation Plan, waarbij de werknemers de keuze krijgen om een deel van hun loon te besteden aan bv. een elektrische fiets, kan de werkgever aan die vraag van de werknemers tegemoetkomen”.