Het aandeel vrouwelijke zelfstandigen is de voorbije tien jaar stabiel gebleven op zowat 35 procent. De cijfers komen van ondernemingsorganisatie Unizo die de cijfers opvroeg bij het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen van zelfstandigen (RSVZ).
In 1995 was nog maar 28 procent van de zelfstandigen een vrouw, tien jaar later liep dat aandeel al op tot 35 procent. Maar sindsdien is het cijfer blijven steken. “De piek van het aandeel zelfstandige vrouwen in hoofdberoep vinden we in 2003, daarna stagneert het”, zegt Caroline Deiteren van Unizo. “Opvallend, want het sociaal statuut van de zelfstandige is de voorbije jaren stelselmatig verbeterd. De pensioenen zijn gelijkgetrokken, net als de kinderbijslag, en de moederschapsrust is uitgebreid. Maar blijkbaar is dat niet voldoende voor jonge vrouwen, of toch niet genoeg doorgesijpeld, om de keuze te maken voor een zelfstandig hoofdberoep.” Het aantal vrouwen dat zelfstandige in bijberoep werd, is in twintig jaar tijd wél gestegen van 20 procent naar 40 procent.