Na de huizencrisis de autocrisis? De speculatie daarover woedt volop. In de VS, de belangrijkste automarkt ter wereld, zijn de data omtrent autoleningen in de afgelopen kwartalen duidelijk verslechterd. Maar de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend verwacht Katherine Davidson, Global Sector Specialist bij Schroders.

In het vierde kwartaal van 2016 was er sprake van 23 mrd US dollar aan nieuwe achterstallige betalingen en voor 8 mrd US dollar aan nieuwe wanbetalingen. Deze niveaus waren niet meer gezien sinds de financiële crisis. Nochtans is de Amerikaanse economie gezond en wel, is het consumentenvertrouwen in de VS is gestegen en is de werkloosheid verder gedaald.  Waar komt die verslechtering van de toestand in de autokredietverlening dan vandaan?

Autoleningen worden geclassificeerd op basis van de kredietwaardigheid van de lener: prime versus subprime. Dat doet wellicht een belletje rinkelen: het zijn exact de termen die ook bij de huizencrisis uit 2008 werden gehoord. ‘Subprime’ is dan een eufemisme voor niet erg kredietwaardige ontleners. Toch meent Davidson dat de gevolgen van de verslechtering in subprime autoleningen veel minder ernstig zijn dan bij de huizencrisis. De subprime autoleningen maken 25% uit van het totale pakket van autoleningen en 2% van het totale consumentenkrediet, of 270 mrd dollar.

De kredietverstrekkers nemen ook niet allemaal hetzelfde risico. Zo blijkt dat de recente groei in dit deel van de kredietverlening niet afkomstig is van systeembanken, autoleasebedrijven of gevestigde autofinanciers. De toename is vooral afkomstig van nieuwkomers op de markt, die autoleningen verstrekken aan mensen die absoluut niet kredietwaardig zijn, en dus grote risico’s nemen.

Davidson maakt zich meer zorgen over de winstgevendheid van de auto-industrie. De prijzen voor gebruikte auto’s staan onder druk, onder meer door een groeiend aanbod van tweedehandswagens, o.m. als gevolg van het grote aanbod van leasingwagens die aan het einde van hun contractlooptijd zijn. Dat heeft een indirect effect op de winstgevendheid van de autoproducenten en raakt de vraag naar nieuwe auto’s. Autoproducenten worden ook geconfronteerd door stijgende lonen en oplopende kosten om de CO2-uitstoot te verminderen en de veiligheid te verhogen. Bij een gelijkblijvend verkoopvolume komen wel de winsten van de autoproducenten onder druk te staan.