Sauzenproducent Manna Foods uit Wijnegem scoorde recent met opmerkelijke social media filmpjes rond de succesvolle Kempense muziekbroers Van Echelpoel. De filmpjes maken deel uit van een actie waarmee Manna Foods de Cliniclowns steunt.

“We zijn niet alleen blij dat we de Cliniclowns kunnen steunen maar stellen het ook erg op prijs dat Van Echelpoel bereid was hieraan mee te werken”, zegt Sylvie Van den Broeck, ceo van Manna Foods.

Social media inzetten voor het goede doel

De social media filmpjes, gemaakt in samenwerking met reclamebureau Mosquito uit Herentals, tonen het Kempense muziekfenomeen Van Echelpoel in een op het eerste gezicht gehackte versie van een van hun hits. In een latere fase bleek dat Van Echelpoel mee in het complot zat en met de actie bovendien van Manna Foods 20.000 € mocht overhandigen aan de Cliniclowns.
Hoe dat bedrag via Van Echelpoel en Manna Foods werd opgehaald om bij de Cliniclowns terecht te komen wordt in de filmpjes toegelicht.

Frituur met Van Echelpoel in het complot

De overhandiging van dit mooie bedrag gebeurde recent in frituur De Kolk in Dessel die ‘figureerde’ in de bewuste filmpjes. Manna Foods is niet aan zijn proefstuk toe met deze vorm van marketing via Facebook, Youtube en andere beschikbare social mediakanalen. Ook vorig jaar zette deze fabrikant van spaghettisauzen, mayonaise en vele andere sausproducten, het social mediawereldje op het verkeerde been. Toen zat de bekende televisiekok Piet Huysentruyt mee in het complot en kregen de Cliniclowns ook het mooie bedrag van 20.000 €.

Alle partijen scoren

De betrokken partijen toonden zich bij de overhandiging van de cheque aan het goede doel erg tevreden met het resultaat. Van Echelpoel werkte met plezier mee aan het initiatief. Ook bij de Cliniclowns, die het verblijf van zieke kinderen in het ziekenhuis proberen op te vrolijken, alleen maar blije gezichten, net als bij Manna Foods zelf overigens.
“Dat de toch wel grappige filmpjes erg veel werden bekeken op social media daar kunnen we ook allemaal alleen maar blij mee zijn”, besluit Sylvie Van den Broeck.