Antwerpen – Natuurpunt vraagt het stadsbestuur een stadsecoloog aan te stellen om te waken over het stedelijk beleid inzake duurzaamheid, ecologie, klimaat en milieu.

Koen van Keer, beleidsverantwoordelijke Natuurpunt Antwerpen Stad (NAS): “Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat een stad als Antwerpen nog geen stadsecoloog heeft!”

Klimaatbedreigingen

De uitdagingen die Antwerpen te wachten staan onder meer door de klimaatverandering, zijn enorm. Stad en gewest zitten nochtans niet stil. Er werd een klimaatplan opgesteld, dijken worden verhoogd in het kader van de zeespiegelstijging – het zogenaamde Sigmaplan – en her en der worden klimaatmaatregelen genomen. “Maar die ‘her en der’ is waar het schoentje wringt”, zegt Koen Van Keer. “We merken dat klimaatmaatregelen bij concrete ruimtelijke uitvoeringsprojecten niet consequent worden genomen. Te vaak hangt het er vanaf of iemand de reflex heeft om de kundige ambtenaar of een externe expert te raadplegen.”

Stad Antwerpen ziet een stadsecoloog niet meteen zitten

Een stadsecoloog zou soelaas kunnen brengen: iemand die stadsbreed coördinerend werkt en dus consequent een inbreng doet op ecologisch en klimatologisch vlak.
“Hij of zij zou dan ook best niet onder een schepen functioneren, maar rechtstreeks onder de bevoegdheid van de burgemeester. Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat een stad als Antwerpen, die bovendien langs een getijdenrivier ligt, nog geen stadsecoloog heeft. In tal van andere steden in binnen- en buitenland, bv. Gent en Rotterdam, heeft de functie haar nut al meer dan bewezen”, voegt Van Keer eraan toe.
Het Antwerpse stadsbestuur is echter niet geneigd een stadsecoloog in dienst te nemen. In een interview met onze collega van GvA stelt N-VA schepen van Leefmilieu Nabilla Ait Daoud dat het op zich een goed idee is, maar de stad al heel veel inspanningen doet over alle diensten heen: “Antwerpen als duurzame stad is onze prioriteit en staat centraal in het aankoop-, groen- en voertuigenbeleid. Wat Natuurpunt voorstelt, doen we dus al.”
In tegenstelling tot het zittende bestuur, heeft de oppositie wel oren naar dit idee en wordt het vermoedelijk in enkele verkiezingsprogramma’s opgenomen.