Op 17 maart deelde Vlaams Minister van Economie en Innovatie Muyters in een persbericht mee dat de Vlaamse Regering heeft besloten de huidige vestigingswetgeving af te schaffen. Die houdt in dat bepaalde beroepen enkel uitgeoefend mogen worden wanneer bewijs wordt geleverd van beroepsbekwaamheid. Dat is in tegenstrijd met Europese regelgeving die stelt dat elke Europeaan op een gelijke basis een onderneming moet kunnen starten in elke lidstaat. Om voldoende kwaliteit te garanderen voor de klant refereert de minister aan de sectorfederaties op wie de hoop is gericht om alternatieven uit te werken, zoals bijvoorbeeld labels en opleidingen.

Volgens de vestigingswet moet elke ondernemer een aantal ondernemersvaardigheden bewijzen. Voor een hele reeks gereglementeerde beroepen gaat dat niet enkel over een attest bedrijfsbeheer, maar ook over specifieke beroepsbekwaamheden. Europese regelgeving stelt echter dat elke Europeaan in elke lidstaat op een gelijke manier toegang moet hebben tot beroepen.

Nu Vlaanderen sinds de 6de Staatshervorming bevoegd werd voor deze regelgeving, kaartte minister Muyters de problematiek aan bij de verschillende sectorfederaties: “Een ondernemer moet kunnen ondernemen zonder daarbij gehinderd te worden door allerlei barrières. Bovendien zorgde de Europese wetgeving ervoor dat wij met onze eigen wetten meer voorwaarden oplegden voor onze eigen ondernemers dan voor buitenlandse ondernemingen. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Daarom stelde ik aan de sectorfederaties voor om die voorwaarden te schrappen en de kwaliteit van de dienstverlening via andere wegen te garanderen. Tot mijn grote tevredenheid stappen al heel wat federaties mee in dat voorstel en loopt het gesprek met de overige, voornamelijk in de bouw.”

Nu wordt de wetgeving al herzien voor een eerste reeks beroepen: slager-groothandelaar, droogkuiser-verver, restaurateur of traiteur-banketaannemer, brood- en banketbakker, opticien, dentaaltechnicus, begrafenisondernemer, beenhouwer-spekslager, garagist, koetswerker, fietsenmaker, kapper, voetverzorger, masseur en schoonheidsspecialist. Het is de bedoeling om dat door te trekken naar alle ambachtelijke beroepen en zo de weg vrij te maken voor een bruisend ondernemersklimaat.

Voor de beautysector zaten de erkende beroepsvereniging BESKO vzw met zetel in Berchem, die al 35 jaar de belangen van de sector verdedigt en rond de 700 leden telt, en BFMS vzw, de vereniging van masseurs die onlangs van naam is veranderd aan tafel. Het persbericht vermeldt dat de beautysector – bij monde van BFMS-voorzitter Mario Blokken – verheugd is met het voorstel tot afschaffing.

John Boeckx, voorzitter BESKO, spreekt dit ten stelligste tegen.
“Ik kan bevestigen dat bij het overleg BESKO duidelijk heeft verwoord aan de afgevaardigde van de minister dat onze beroepsvereniging helemaal niet akkoord gaat. Het is unfair een kleine groep (BFMS vzw) te laten spreken in naam van een sector die zij officieel niet vertegenwoordigen. De Vereniging van Masseurs heeft op eigen initiatief de nieuwe vereniging BFMS opgericht en zich geschikt naar het voorstel van de Minister”, zegt John Boeckx.
“BESKO is bevreesd dat voortaan mensen die wel degelijk een opleiding in schoonheidszorgen volgden nu in de verdrukking komen door niet of slecht geschoolden die zich toch kunnen vestigen met slechts een minimale voorbereiding. De beautysector vereist wel enige kennis van fysiologie, anatomie, cosmetische scheikunde, fysica, cosmetica, het gebruik van cosmetische apparatuur enz…en voldoende oefening van beroepspraktijk om het beroep plichtbewust, klantvriendelijk en veilig uit te oefenen. Kwaliteit is gebonden aan studie en oefening”, benadrukt Boeckx.