Donderdag 15 juni werd wereldwijd de internationale Dag van de Wind gevierd. In Vlaanderen was dit een feestelijke dag, gezien dit jaar de kaap van 1.000 MW geïnstalleerd vermogen aan windenergie bereikt werd. De sectororganisatie VWEA (Vlaamse Wind Energie Associatie) vierde dit in de Haven van Antwerpen samen met zijn stakeholders. In aanwezigheid van de bevoegde Ministers Tommelein en Schauvliege werd ook vooruitgekeken naar de toekomst: VWEA stelt een concrete doelstelling voor van 2.500 MW extra windenergie in 2030 ten opzichte van 2020.

De windsector werkt sinds 2000 binnen een beleidskader dat de Vlaamse regering toen uittekende. “Dit beleid werkt, gezien we 1.000 MW aan windenergieprojecten realiseren”, stelt VWEA-directeur Bart Bode vast. “Deze 1.000 MW windenergie produceren elektriciteit voor 650.000 gezinnen en vermijden de uitstoot van bijna 1,4 miljoen ton CO2 per jaar.”

Windenergie levert daarmee een grote bijdrage aan de binnenlandse energievoorziening en blijkt een effectief middel tegen de klimaatopwarming. De bedrijven in de Vlaamse windsector leveren bovendien een zeer belangrijke bijdrage aan de Vlaamse economie door lokale investeringen van meer dan anderhalf miljard euro en jobcreatie voor meer dan 6.000 mensen.

Bart Bode: “Vlaams minister van Energie Bart Tommelein is in feite de eerste minister die luidop en consequent aan de bevolking zegt dat de energietransitie er is en dat ze gevolgen heeft voor iedereen: je moet zonnepanelen installeren; er moeten windturbines bijkomen. Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege heeft op een consequente en vaak ook moedige wijze effectief beslist over vergunningsdossiers. Waardoor het klimaatbeleid niet alleen woord bleef, maar ook omgezet werd in daden. Het is enorm belangrijk dat politici het beslist beleid ook daadwerkelijk uitleggen aan het publiek. Wij willen onze beleidsmensen daarvoor heel uitdrukkelijk bedanken.”

Het bereiken van 1.000 MW aan windprojecten in Vlaanderen was echter niet eenvoudig.  Doorlooptijden van twee tot vier jaar voor een windproject zijn niet uitzonderlijk. Elk project moet een voortdurend hogere administratieve berg over om de nodige vergunningen te bekomen. “Deze 1.000 MW is dan ook te beschouwen als een symbool voor de volharding van de leden van VWEA, die er ondanks alle hindernissen in slaagden om dit in Vlaanderen te realiseren”, vindt Bart Bode.

Ondertussen groeit ook de participatie van omwonenden in windparken. Het draagvlak voor windenergie in Vlaanderen is altijd zeer groot geweest, maar dit vertaalt zich nu meer en meer in een grotere betrokkenheid bij en een financiële participatie in een windproject. Ook gemeenten nemen in een aantal gevallen financieel deel in een windpark. VWEA vindt de betrokkenheid van omwonenden een belangrijke zaak. Bart Bode: “De leden besteden hier bijzonder veel zorg en aandacht aan, wat het lokale draagvlak versterkt.”

In Vlaanderen staan we nog maar aan het begin van de energieomslag. Opdat windenergie in Vlaanderen verder kan groeien, vraagt VWEA dat de Vlaamse regering een concrete doelstelling voor wind voor 2030 identificeert, want die trekt bijkomende investeringen aan. VWEA stelt zelf een doelstelling van 2.500 MW in 2030 voorop.

Minister Tommelein: “Dat we de kaap van 1.000 MW windenergie ronden, is goed nieuws! Er is in Vlaanderen bovendien nog voldoende ruimte om nieuwe windturbines te bouwen: denken we maar aan havens, bedrijventerreinen, langs autowegen of nabij luchthavens. Door de technische evolutie krijgen de windmolens ook een steeds groter vermogen. En alsmaar meer burgers investeren mee. Windenergie lijkt dus in een stroomversnelling te komen en dat kan ik alleen maar toejuichen.”